Stap C: Geldermalsen-Centrum

In 2009 heeft de voormalige gemeente Geldermalsen een centrumvisie opgesteld voor Geldermalsen. Er zijn toen keuzes gemaakt over waar en hoe het centrum zich het beste kan ontwikkelen. Ook voor de nieuwe gemeente West Betuwe is Geldermalsen-Centrum belangrijk in de voorzieningenstructuur: hier zit het meest diverse voorzieningenaanbod.

2009 is een tijd geleden. De vraag is of die visie nog klopt voor nu en in de toekomst. Om daar een mening over te kunnen vormen, wordt hier de visie uit 2009 kort beschreven. Daarna leest u de bevindingen van adviesbureau DTNP.

In de visie uit 2009 had het centrum van Geldermalsen in de toekomst vooral een aankoopfunctie voor de lokale inwoner en voor de inwoners uit de omliggende kleinere kernen. Het doel was om een compacte ‘Winkelas’ te creëren tussen twee supermarkten. Het gaat om de supermarkt aan het Kerkplein (Albert Heijn) en een nieuwe supermarkt bij de Herman Kuijkstraat (nu Coop). De ‘Winkelas’ was dus hoofdzakelijk de Geldersestraat en het Marktplein. De visie had als doel dat tussen deze twee ‘publiekstrekkers’ een sterk winkelgebied kon blijven bestaan, met perspectief voor onder andere modewinkels. Verder is een gebied om de ‘winkelas’ heen aangeduid als ‘aanloopgebied’ (Herman Kuijkstraat, delen van de Rijksstraatweg en de Kerkstraat). Er is toen ook gekeken naar een eventuele supermarktontwikkeling aan de Badweg, maar dat is niet haalbaar gebleken.

Geldermalsen-Centrum anno 2020

De bedoelde supermarktontwikkeling uit de visie van 2009 is gerealiseerd in de vorm van de nieuwe Coop. De ‘Winkelas’ met Geldersestraat en Marktplein is nog goed gevuld met onder andere modewinkels. Daarmee zijn een aantal belangrijke doelen van de centrumvisie tien jaar later succesvol gebleken. Aan de andere kant is Geldermalsen-Centrum zeker niet ongevoelig voor de ontwikkelingen in de winkelmarkt.

Ook in Geldermalsen-Centrum is het aantal niet-dagelijkse winkels afgenomen en de winkelleegstand gegroeid (tot ongeveer 2.100 vierkante meter winkelvloeroppervlak in 2020). Het lege pand van de voormalige Coop is bijvoorbeeld een rotte kies in het centrum. Een deel van de leeggekomen winkelruimte op goede locaties is in de periode 2015-2020 weer ingevuld met horeca en diensten. De meeste leegstaande winkelruimte zit dan ook aan de randen, in de aanloopgebieden.

Aanbodontwikkeling centrum Geldermalsen 2015-2020

Toekomst?

Door de coronacrisis versnellen niet alleen de trends in de winkelsector. Ook de horeca en diensten, zoals reisbureaus, krijgen flinke klappen. Er lijkt weinig perspectief te zijn om bestaande en toekomstige lege winkelruimte weer in te vullen met (commerciële) publieksfuncties. Het doel van de visie uit 2009 lijkt daarmee alleen maar belangrijker geworden: concentratie van bezoekers en functies in een compact gebied en dat gebied zo aantrekkelijk mogelijk maken. Daarbuiten zou transformatie naar niet-publiek functies (wonen en werken) kunnen worden overwogen, om weer investeringen los te krijgen.

Vragen aan u:

  1. Vindt u de ‘Winkelas’ uit 2009 (Geldersestraat en Marktplein) nog een logisch focusgebied voor publieke voorzieningen? Zo nee, welk gebied dan wel?
  2. Waar denkt u dat wonen op de begane grond een goed idee zou zijn?
  3. Wat vindt u prettig en minder prettig aan een bezoek aan het centrum van Geldermalsen? Is dat anders per deelgebied?
  4. Voor welke reden(en) komt u naar het centrum van Geldermalsen?

Stap B: Winkelstructuur

Waarom een visie op winkels?

Het nut van een visie is dat de gemeente daar nieuwe initiatieven aan kan toetsen. Of een nieuwe ontwikkeling wel of niet gewenst is, kan verschillen per plek. Nieuwe winkels toevoegen heeft namelijk ook effecten op de winkels die er al zijn. De bestaande winkels zijn erg belangrijk voor de leefbaarheid in de gemeente. Daarom is het nuttig de gewenste winkelgebieden in de gemeente vast te leggen. Zo heeft de gemeente een heldere visie op de toekomst, ofwel een visie op de gewenste winkelstructuur. 

Winkels dicht bij elkaar vestigen zorgt ervoor dat bezoekersstromen gebundeld worden. Zo ontstaan er kansen voor voorzieningen die op zichzelf niet genoeg bezocht zouden worden. Ook kan zo’n gebied dan optimaal worden ingericht als ‘centrumgebied’. Theoretisch zou het concentreren van alle winkels in één centrum de grootste diversiteit aan voorzieningen opleveren. Voor de dagelijkse winkelbehoefte is een winkel in de nabijheid juist prettig. Daarvoor zou een zo groot mogelijke spreiding van dagelijkse winkels over de kernen gewenst zijn. Niet in elk dorp wonen echter genoeg mensen om dat rendabel te maken. Daarom kijken gemeente in het algemeen naar een middenweg tussen tussen concentratie én spreiding: het aanwijzen van een aantal gewenste centrumgebieden over de gemeente.

Wat stond er in voorgaande beleidsvisies?

Het doel is het beleid van de oude gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen te harmoniseren. De meeste van deze oude beleidsstukken zijn circa 10 jaar oud. Dat ‘oude beleid’ heeft op hoofdlijnen de volgende speerpunten:

  • Lingewaal: Omdat het voortbestaan van veel bestaande basiswinkelvoorzieningen al onder druk stond, maakte de gemeente Lingewaal de keuze deze te ondersteunen door de voorzieningen ‘ruimtelijke te clusteren’ in de centra van Asperen, Herwijnen en Heukelum. Zo wordt de levensvatbaarheid van voorzieningen vergroot.
  • Geldermalsen: Voormalige gemeente Geldermalsen zette eveneens in op de concentratie van winkelontwikkelingen, specifiek in de centra van Geldermalsen, Beesd en Meteren. Daarbuiten is alleen vestiging van ‘volumineuze detailhandel’ mogelijk: winkels die vanwege de aard en omvang van de artikelen een uitstallingsruimte nodig hebben die moeilijk inpasbaar is in de centra. Denk aan een bouwmarkt, een tuincentrum of een keukenzaak. Bedrijventerrein Oudenhof is toen benoemd als meest geschikte locatie voor dit type winkels.
  • Neerijnen: Het ruimtelijke beleid van de oude gemeente Neerijnen was om winkels te concentreren in drie kernen: Haaften, Ophemert en Waardenburg. Belangrijk doel van dat beleid was om zo genoeg draagvlak te behouden voor een aantrekkelijk dorpscentrum in die drie dorpen. Voor boerderijen geldt in Neerijnen dat daar mag worden verkocht wat er ter plaatse wordt geproduceerd in een ‘winkelruimte’ van maximaal 50 vierkante meter.

De ambitie was dus in alle drie de oude gemeenten om het bestaande winkelaanbod zoveel mogelijk te behouden, zodat inwoners in de nabijheid toegang hebben tot dagelijkse voorzieningen. Daarom worden winkels in het beleid van de oude gemeentes in de bestaande centrumgebieden geconcentreerd.

Beleidsambities West Betuwe

West Betuwe heeft recent in haar nieuwe standplaatsenbeleid een heldere ambitie voor de voorzieningenstructuur uitgesproken:

Nieuwe standplaatsen worden alleen toegestaan als deze een aanvulling of verbreding vormen van het bestaande aanbod in de kern en dit niet ten koste gaat van bestaande minimarkten (meerdere kramen bij elkaar) en winkels. Daarmee geeft ook de nieuwe gemeente aan het in stand houden van de bestaande winkelstructuur belangrijk te vinden.

Vragen aan u:

  1. Is het in stand houden van de bestaande winkelgebieden, waaronder de supermarkten in de kleine kernen, ook voor de toekomst het juiste doel?
  2. Moet de gemeente helemaal geen winkels buiten bestaande winkelgebieden toestaan of zijn er uitzonderingen? Zo ja, welke?
  3. Hoe ziet u de functie van standplaatsen in de kleine kernen?
  4. Hoe belangrijk is het voor u dat er in Geldermalsen een compleet centrum blijft bestaan?
  5. Welke aandachtspunten mist u nog in dit verhaal?

Stap A: Analyse

Trends in de winkelmarkt

Het koopgedrag van consumenten in Nederland veranderde de afgelopen jaren snel. Dat komt vooral door de groei van online bestedingen.

Vooral niet-dagelijkse producten (alles behalve boodschappen) worden online gekocht. Boodschappen worden in verhouding minder snel online gedaan, maar door corona gebeurt dat wel steeds meer.

Faillissementen grote winkelketens

Het gevolg van de snelle groei van online bestedingen in de niet-dagelijkse sector is dat er minder besteed wordt in fysieke winkels. Niet elke winkel of elk centrum merkte daar de afgelopen jaren evenveel van:

  • Een gemakkelijk en modern boodschappencentrum in de buurt is voor veel mensen nog aantrekkelijk.
  • Een dagje naar de grote binnenstad, waarbij het om meer gaat dan alleen winkels, wordt (voor de coronacrisis) nog aantrekkelijk gevonden.
  • Middelgrote centrumgebieden met veel ‘standaard winkelketens‘ hebben de laatste jaren het meeste last gehad van het veranderende consumentengedrag. Ook in de omgeving van West Betuwe is dat het geval. In onder andere Tiel en Gorinchem verdwijnen winkels. Inwoners zijn daardoor voor steeds meer zaken aangewezen op óf de grote stad óf internet.

De huidige crisis heeft ervoor gezorgd dat consumenten in één keer flink meer online kopen en vooral nog doelgerichter met aankopen bezig zijn. Recreatieve branches, zoals mode, hadden het al niet makkelijk en nu hebben de hoofdwinkelstraten het door corona extra zwaar.

Klik om te vergroten

West Betuwe is een landelijke gemeente met veel kleine kernen. Hier zijn dus vooral veel kleine dorpscentra met een boodschappenfunctie. De supermarkt is in deze dorpen de voorziening met veruit de grootste bezoekersaantallen. Ze zijn daardoor bepalend voor de kansen voor andere winkels en andere publieke voorzieningen (kapper, horeca, etc.). De moderne consument stelt steeds meer eisen aan het assortiment dat een supermarkt biedt. Daardoor heeft een grotere supermarkt met meer keuze al snel de voorkeur. Supermarktpartijen bouwen daardoor steeds grotere supermarkten. Die winkels hebben ook een groter verzorgingsgebied nodig. Dit is het gebied waar de klanten van de supermarkt vandaan komen. Daardoor ontstaat de situatie dat inwoners elders de boodschappen doen en dat de kleine dorpssupermarkt onder druk staat of zelfs al is verdwenen.

Aanbodsituatie West Betuwe

  • Het centrum van Geldermalsen is veruit het grootste winkelgebied in de gemeente West Betuwe. Hier zitten de meeste niet-dagelijkse winkels in branches als mode en huishoudelijke artikelen. Denk onder andere aan Shoeby, Hema en Blokker.
  • De overige centrumgebieden bestaan in de basis allemaal uit één supermarkt. Meestal zijn er nog een aantal andere winkels, en daarnaast ook belangrijke andere voorzieningen gevestigd (dorpshuis, kapper, horeca, apotheek, etc.). Van deze centra is het centrum van Beesd met Dorpsplein en Voorstraat het grootst. Naast een aanvullende bakker, slager of bloemist zit er in/bij sommige dorpscentra ook een zelfstandige winkelier met niet-dagelijks aanbod, zoals Jachthuis Rivierenland in Herwijnen, Van Voorden Tweewielers in Beesd of Rosedale in Waardenburg.
  • Buiten de centra zijn onder andere grote, meer doelgericht bezochte winkels in de niet-dagelijkse branches gevestigd. Denk aan de Praxis in Geldermalsen of Ranzijn Tuin & Dier in Spijk. De grote Albert Heijn op het Maximaplein in Geldermalsen is daar een belangrijke uitzondering op.

Ontwikkeling winkelaanbod West Betuwe

Ontwikkeling aantal winkels West Betuwe 2015-2020
  • Zoals verwacht vanuit de trends is het aantal niet-dagelijkse winkels in de gemeente West Betuwe tussen 2015 en 2020 gekrompen. De verwachting is dat de komende tien jaar het inwonertal van de gemeente West Betuwe redelijk stabiel blijft (heel lichte groei). Mede door de effecten van de coronacrisis en de groei in online bestedingen is ook voor de toekomst de verwachting dat het winkelaanbod afneemt.
  • In een aantal kleinere dorpen zijn kleine supermarkten verdwenen. Een voorbeeld is de Troefmarkt in Ophemert. Toch is het oppervlakte aan supermarktaanbod toegenomen. De gemiddelde omvang van supermarkten in de gemeente was in 2015 nog ongeveer 600 vierkante meter. In de huidige situatie is dat ongeveer 750 vierkante meter. De schaalvergroting in de supermarktsector en de verdrukking van kleine aanbieders is ook in West Betuwe dus duidelijk gaande. Dit is één van de belangrijkste thema’s voor de nieuwe detailhandelsvisie. De ontwikkeling van een splinternieuwe kleine dorpssupermarkt in Asperen in 2016 is een belangrijke uitzondering op deze trend.
  • In het oostelijke deel van de gemeente, tussen Waardenburg, Geldermalsen en Tiel, is nu geen supermarktvoorziening meer. Standplaatsen vullen hier en elders in de gemeente op bepaalde momenten in de week het plaatselijke aanbod aan. Ook zijn er een aantal boerderijwinkels, die lokaal geproduceerde goederen verkopen.

Vragen aan u

  • Herkent u de bovenstaande ontwikkelingen?
  • Wat is voor u de bepalende reden om in de lokale winkel dan wel elders of online te kopen?
  • Ziet u grote verschillen tussen verschillende delen van de gemeente? Zo ja, welke?